Wonen

Controle van middelgrote verbrandingsinstallaties

De verbrandings installatierichtlijn voor middelgrote installaties is afkomstig uit de Europese wetgeving, te weten 2015/2193 (MCP). Dit is ontwikkeld als gevolg van onderzoek naar een schoner luchtpakket, waarbij is vastgesteld dat er maatregelen nodig zijn die op een kosteneffectieve manier zouden kunnen worden genomen, waardoor de vervuiling wordt verminderd.

Middelgrote verbrandingsinstallaties

Vóór 2015 was wetgeving van regulerende emissies van verbrandingsinstallaties beperkt tot grote en kleine verbrandingsinstallaties, bij wijze van de industriële emissierichtlijn 2010/75 / EU en de ECODOSIGN-richtlijn 2009/125 / EG, waarbij een wettelijke kloof ontstond.

Het doel van het schone luchtpakket is om de luchtverontreinigende stoffen in heel Europa te minimaliseren. Het beschrijft doelstellingen om de luchtkwaliteit en het milieu tegen 2030 te verbeteren, die latere effecten op de menselijke gezondheid zal hebben.

De MCP-richtlijn bevat regels om de luchtemissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en stofdeeltjes van middelgrote verbrandingsinstallaties (MCP’s), evenals regels om te controleren welke emissies van koolstofmonoxide worden uitgescheiden..

EU richtlijnen

MCP’s zijn installaties die variëren in thermische inputgrootte van 1 megawatt tot 50 megawatt en kunnen betrokken zijn bij activiteiten zoals elektriciteitsopwekking, industriële procesverwarming en commerciële verwarming en koelsystemen.

Aangezien er meer dan 140.000 mediumverbrandingsinstallaties zijn in de EU die gevaarlijke stoffen genereert en ze in de atmosfeer verzenden, wordt gehoopt dat de nieuwe regelgevende maatregelen, in combinatie met de bestaande, aanzienlijke verdere impact zullen hebben op de lange termijn.

Scope

Voor de veiligheid van de brandstoftoevoer van stookinstallaties bestaat in ons land al langer de scope 7. Dit is een periodieke controle waarbij er gekeken wordt naar veiligheid en milieuverbetering. De inspectie op de elektrische installatie valt onder scope 8.

Steeds vaker worden bedrijven onder meer door verzekeraars verplicht om deze controle te laten uitvoeren. Bij stook- en elektrische installaties is namelijk altijd sprake van mogelijk brandgevaar.

De scope 1 t/m scope 5 zijn bedoeld voor een verscheidenheid aan verwarmingsinstallaties. Waarbij onder scope 1 de atmosferische ketels en luchtverhitters vallen, onder scope 2 de warmwaterketels en luchtverhitters met ventilatorbranders.

Scope 3 is voor stoom- en heetwaterketels. De verbrandingsmotoren en turbines vallen echter weer onder scope 4. Voor bijzondere industriële installaties is er speciaal de scope r, waarbij er een uitzondering onder scope 5a is gemaakt voor die installaties waarbij gestookt wordt op vaste brandstoffen.

 

Verbranding

De MCP richtlijn bepaalt dat er een register moet zijn, verstrekt door de nationale bevoegde autoriteit, die beschikbaar is voor het publiek, met informatie over elke MCP, met details over de gebruikte brandstof en het verwachte aantal bedrijfsuren per jaar.

Emissiegrenswaarden zijn uiteengezet per brandstofcategorie, onderscheidend ook tussen nieuwe en bestaande installaties. De grenswaarden zijn van toepassing vanaf 20 december 2018 voor nieuwe installaties en tegen 2025 of 2030 voor bestaande, afhankelijk van hun grootte.

De richtlijn is niet van toepassing op bepaalde verbrandingsinstallaties, waaronder batterijovens, gasturbines en motoren die offshore worden gebruikt alsmede reactoren die worden gebruikt in de chemische industrie. Het is niet van toepassing op installaties die al worden gedekt door andere EU-wetgeving die hun emissies reguleert.

De richtlijn is ook niet van toepassing op aanvullende onderzoeks-, ontwikkelings- en testactiviteiten.

 

Dit vind je misschien ook leuk...